U bent hier

Onderzoek

RCE stimuleert ontwikkeling van onderzoeksmethoden onder water

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed doet niet alleen puur inhoudelijk wetenschappelijk onderzoek, maar stimuleert ook de ontwikkeling van onderzoeksmethoden onder water (publicaties). Door de toepassing van die technieken kunnen we objecten in en op de bodem beter waarnemen.

Onderzoek onderwater gebeurt met steeds modernere middelen. Nog niet zo lang geleden moesten duikers zich zien te redden met een meetlint, tegenwoordig gebeurt heel veel digitaal. Daardoor is het mogelijk om scheepswrakken nauwkeurig in kaart te brengen en is de kans op menselijke fouten een stuk kleiner. Ook het weer (golven) en slecht zicht krijgen zo minder vat op onderzoeken.

3D-techniek

Een populaire onderzoeksmethode is 3D-fotogrammetrie. Daarmee is het mogelijk om van een scheepswrak onderwater een compleet drie-dimensionaal beeld te maken. Dat gebeurt met foto’s die overlappend aan elkaar zijn genomen en met speciale software die origineel uit de mijnindustrie afkomstig is.

3D-fotogrammetrie zelf is niet echt nieuw. In Nederland zijn er in de jaren 80 en vroege jaren 90 al testen mee gedaan (Het Aanloop Molengat). Onderwater was dit vanwege het beperkte zicht niet echt een succes. Ook kostte het analoog opnemen en ontwikkelen van de foto’s veel tijd en geld, alsook het vervolgens digitaliseren in computer-draadmodellen. Dat is nu veel makkelijker en beter geworden. (Meer over 3D-techniek en Handleiding onderwater opnamen voor 3D fotogrammetrie)

Scannen zeebodem

Ook het scannen van de zeebodem gebeurt nu veel effectiever. Een beproefde techniek is het gebruik van geluidsgolven in apparatuur als de multibeam echosounder. Die wordt onder meer toegepast bij het monitoren van al bekende vindplaatsen omdat deze nauwkeurige dieptemetingen van de bodem kan maken. Daarnaast wordt het gebruikt als basis voor documentatie bij archeologische opgravingen.

Interessant voor commerciële partijen

Door vroegtijdig nieuwe technieken uit te proberen en geschikt te maken voor het gebruik in Nederlandse wateren zijn deze ook interessant voor andere partijen, zoals commerciële archeologiebureaus. Zij kunnen direct met de techniek aan de slag zonder zelf een onderzoeksmethode te hoeven uittesten. Zo gaat de kwaliteit van maritiem onderzoek als geheel omhoog. Sportduikers en amateurarcheologen zijn nu ook in staat om 3D-fotogrammetrie toe te passen, zowel bij het vinden als bij het monitoren van archeologische vindplaatsen. (Virtueel Museum en 3D-techniek)

Voorspellingen

De RCE stelt zichzelf regelmatig de vraag hoe we naar het bestaande erfgoed als geheel moeten kijken en of we misschien ook kunnen voorspellen waar we nog meer zouden kunnen aantreffen. Ook daar is een methodiek voor ontwikkeld.

De komende tijd wil de RCE de 3D subbottom profiler, een systeem dat met geluidsgolven de bodem in kan kijken, onder meer inzetten bij het opsporen van archeologische vindplaatsen. De RCE zoekt ook geregeld de samenwerking op met andere Europese landen, zodat we ook daar weer van kunnen leren.

Europese samenwerking in onderzoek naar beheer erfgoed

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft zich in het onderzoek vooral gericht op de zogenaamde Archeologische MonumentenZorg (AMZ) cyclus (Film 'Bescherming onder water'). Het proces van bureauonderzoek tot waardering, selectie, in situ bescherming, opgraven of monitoring en onderhoud bevat vele stappen en afwegingsmomenten waarvoor vaak veel kennis aanwezig dient te zijn. Die kennis is in de afgelopen jaren onder andere verzameld door het vele veldwerk dat is uitgevoerd, maar ook door samenwerking aan te gaan met andere partners. In het oog springend zijn de grootschalige Europese projecten waarin de RCE heeft geparticipeerd: Het MoSS Project (2001-2004), Bacpoles project (2002-2005), MACHU project (2006-2009), Wreck Protect (2009- 2011), SASMAP (2012-2015). Deze projecten waren vooral gericht op aantasting en bescherming van archeologische vindplaatsen onderwater.

Effectief onderzoek door de juiste vragen stellen

Heel veel archeologische vindplaatsen zijn al ontdekt, nog veel meer liggen er verstopt in de bodem; op het land en onderwater. Deze materiele resten kunnen ons helpen te begrijpen wat er gebeurd is in het verleden. Met deze kennis is het begrijpen van het heden een stuk makkelijker geworden. We weten echter nog lang niet alles. Iedere keer komen we ook weer met vragen over wat er in het verleden kan zijn gebeurd. De geschreven archieven bestrijken wat tijd betreft maar een klein deel van ons verleden, maar zijn ook voor die periode (vanaf ruwweg de Romeinse tijd) niet compleet. Veel is verdwenen, maar ook niet alles werd opgetekend, vooral niet die alledaagse dingen die destijds zo gewoon waren, maar die wij nu al lang weer vergeten zijn. De archeologische bron kan ons daar echter bij helpen. Zij is vaak een stuk completer en vooral ook objectief. Door de juiste archeologische technieken te gebruiken en objecten en vindplaatsen in samenhang te onderzoeken kunnen wij vragen van nu over ons verleden beantwoorden.

Hoe komen wij aan die vragen? Belangrijke archeologische vragen zijn landelijk opgetekend in een Nationale Onderzoeksagenda (de NOaA). Deze agenda is dynamisch: er komen vragen bij en er vallen er af. Die laatste bijvoorbeeld als deze beantwoord zijn. Alle archeologische onderzoeken in Nederland dienen gerelateerd te zijn aan de NOaA. Ook vragen die betrekking hebben op het maritiem en onderwater cultureel erfgoed zijn hierin opgenomen. Zoveel als mogelijk zijn deze geïntegreerd met vragen die ook in de landarcheologie van belang zijn. Immers, als we wat willen weten van de economie in de Middeleeuwen, dan is het cruciaal dat daarbij ook de rijke maritiem archeologische bron onderwater wordt meegenomen in het onderzoek en de beantwoording: bruggen, havens en natuurlijk de schepen. Zo is de agenda opgesteld en is de maritieme en het onderwater cultureel erfgoed geïntegreerd.

Relevante links en meer informatie:

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Maritiem Programma

ALLE ARTIKELEN OVER DIT ONDERWERP>