U bent hier

Internationaal

Maritiem erfgoed wereldwijd

De sporen van de Nederlandse (maritieme) geschiedenis zijn over de hele wereld terug te vinden. Omgekeerd ligt er op Nederlandse bodem veel erfgoed uit andere landen (Wrecks in situ). Via internationale samenwerkingsverbanden proberen we onze kennis over het maritieme archeologische erfgoed te vergroten.

Zeebodem vol wrakken

Wereldwijd liggen er op de zeebodem ongeveer 3 miljoen scheepswrakken. Een aantal daarvan is afkomstig uit Nederland, dat een lange geschiedenis heeft als handelsnatie. We verkenden de wereld per schip maar kwamen niet altijd terug. Door slecht weer of gewapende conflicten zijn veel vaartuigen verloren gegaan. In de meeste gevallen weten we niet eens waar dat is gebeurd. In Nederland zelf liggen scheepswrakken uit Zweden, Engeland, Duitsland, Denemarken en Frankrijk. Veel wrakken liggen zo diep dat we er nooit bij kunnen, andere zijn wel bereikbaar, zoals in de Waddenzee. Omdat het onder water ligt, blijft het erfgoed vaak wel goed bewaard (folder).

Koloniale verleden

Elk jaar wordt er wel ergens ter wereld een Nederlands scheepswrak aangetroffen. Nederland koestert zijn verleden overzee en voert hier een actief beleid op. De aandacht voor samenwerking gaat met name uit naar landen die een relatie hebben met ons vroegere koloniale rijk, zoals Zuid-Afrika en Indonesië. Er liggen daar veel schepen uit de periode van de Admiraliteit, de Verenigde Oost-Indische Compagnie en de West-Indische Compagnie. Nederland beschouwt dit erfgoed als zijn eigendom en wil het daarom beschermen, behouden en waar mogelijk effectief beheren.

Cuba

Dat betekent dat er moet worden samengewerkt met de betrokken landen. Dat gebeurt door onderzoek, het opleiden van maritiem archeologen en het creëren van draagkracht voor behoud van het erfgoed (Unesco Foundation Course). Zo liep er in Cuba een gezamenlijk project voor het inventariseren van Nederlandse wrakken in de Cubaanse wateren (vermoedelijk zijn dit er dertig!), waar Nederland in de 17 eeuw op de Spaanse Zilvervloot aasde. De resultaten van het project zijn te zien geweest in een expositie over de West-Indische Compagnie in Cuba (Artikel Een expositie in Havana).

Omgekeerd zijn er ook talloze buitenlandse schepen in Nederland vergaan (WIS). Een van de weinige buitenlandse schepen hier waarvan de herkomst vaststaat is de Sophia Albertina, dat in 2004 door een duikteam van de RCE is onderzocht. Het schip verging in 1781 ten zuidwesten van Texel.

Databestand

Om het cultureel erfgoed onderwater goed in kaart te brengen hebben diverse Europese landen - waaronder Nederland - onder de naam Machu (Managing Cultural Heritage Underwater) samengewerkt om een Geografisch Informatie Systeem (GIS) te ontwikkelen. Dit Machu GIS bevat een schat aan informatie over projecten, testgebieden, onderzoek en archeologische vindplaatsen in diverse landen en wordt nu ook gebruikt voor de uitwisseling van gegevens over Nederlandse schepen overzee. Hiervoor zijn de bouwblokken waaruit het GIS bestaat ter beschikking gesteld aan de landen waarmee wij samenwerken. Deze vormen nu een belangrijk onderdeel van hun eigen GIS systeem.

Bescherming

De Nederlandse scheepswrakken overzee worden – daar waar deze van de Verenigde Oostindische Compagnie, Westindische compagnie of van het leger waren – door Nederland nog altijd beschouwd als eigendom.  Vanuit dit uitgangspunt werken de ministeries van OCW, Buitenlandse Zaken en Financiën samen aan het beheer van die schepen.  Actieve uitvoerder voor de ministeries is het Maritiem Programma van de RCE. Een raamwerk waarin de samenwerking tussen Nederland als vlaggenstaat en de andere landen als kuststaten plaatsvindt is de ‘code of good practice’ of ‘Annex’ van de UNESCO conventie voor de bescherming van het onderwater cultureel erfgoed (Parijs, 2001). Hierin staan regels waaraan een archeologisch onderzoek onderwater moet voldoen. Inmiddels hebben 55 landen (peildatum november 2016) de conventie geratificeerd, Nederland gaat dit ook binnen afzienbare tijd doen. De Annex is door alle landen al in een vroeg stadium geaccepteerd als richtlijn. Hiermee kunnen we dus binnen bestaande of toekomstige samenwerkingsverbanden elkaar aanspreken op activiteiten die worden uitgevoerd op scheepswrakken.

Relevante links en meer informatie:

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Maritiem Programma

ALLE ARTIKELEN OVER DIT ONDERWERP>