U bent hier

Nederland legt basis voor beheer maritiem erfgoed

donderdag 25 augustus 2016 - 11:13

Interview Martijn Manders, maritiem archeoloog en hoofd Maritiem Programma RCE

Nederland geeft zijn maritieme verleden de plek die het verdient. De afgelopen jaren is intensief gewerkt aan een verantwoord beheer van ons maritieme erfgoed.

Nederland is een maritieme natie. Ons land bestaat voor een aanzienlijk deel uit wateroppervlak en onze geschiedenis is al eeuwenlang verbonden met water. De wereld ontdekken, handelsroutes uitzetten, zonder water waren we niet zo ver gekomen. Als land kennen we een rijke maritieme geschiedenis.

Gek genoeg weten we over ons maritieme archeologisch erfgoed relatief weinig. Veel vragen uit ons maritieme verleden wachten nog op antwoord: waar bijvoorbeeld zijn al die schepen gebleven die onze voorvaderen aan gene zijde van de horizon brachten. Hoe ziet ons maritiem verleden in Nederland zelf eruit. Wat is er over van havens die we driehonderd jaar geleden gebruikten, wat ligt er aan scheepsresten in Nederlandse wateren, hoe gingen we als land met ons water om en wat zegt dat over ons als natie? En als we iets terugvinden, wat doen we er dan mee?

Verantwoord beheer maritiem erfgoed

Om op vragen als deze antwoord te kunnen geven, werd in 2012 het Maritiem Programma in het leven geroepen. Het Maritiem Programma - onderdeel van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed - heeft vier jaar gedraaid en werd in 2016 afgesloten, vertelt programmaleider Martijn Manders. Manders en zijn team legden in die periode de basis voor een verantwoord beheer van ons maritieme erfgoed. Nederland is nu veel beter in staat om in kaart te brengen wat we aan maritiem erfgoed hebben en hoe we met dat erfgoed in de toekomst moeten omgaan. Ook worden waar mogelijk verbindingen gelegd met archeologie op het vasteland. Ook daar worden maritieme resten aangetroffen, en het maritieme erfgoedbeheer is veelal gebaat bij zoveel mogelijk integratie met het beheer van ander erfgoed zoals bijvoorbeeld de landarcheologische resten. Wel natuurlijk met in het achterhoofd de eigenheid van dit erfgoed en de soms wel heel specifieke kwesties die aan het erfgoedbeheer kleven.

Inhaalslag

‘We komen van ver’, legt Manders uit. Nederland is dan wel een maritieme natie, maar de aandacht voor dat maritieme stuk is behoorlijk verwaarloosd geweest. De huidige generaties denken vooral ‘op land’. Vervoer gaat vooral over wegen, we hebben complete wijken gebouwd in uiterwaarden, zonder serieus acht de slaan op de vraag of dat wel handig is of misschien wel gevaarlijk. Water is mooi maar het kan ook een bedreiging zijn. Daar is weinig aandacht voor geweest. Water heeft lang niet echt in ons systeem gezeten.’

Hetzelfde geldt voor maritiem erfgoed. ‘Onze geschiedenis onderwater is lange tijd een non-issue geweest, het hing er een beetje bij. De aandacht voor archeologie richtte zich vooral naar vondsten op land. En dat is ook wel te verklaren: maritiem erfgoed bevindt zich voor een aanzienlijk deel onderwater. Je kunt het niet makkelijk zien en je kunt er moeilijker bij.’

Signaal naar de toekomst

Manders en zijn team hebben over een breed front gewerkt aan bewustwording over ons maritieme verleden en daarmee het fundament gelegd voor een goed beheer van ons maritieme erfgoed. Van het beschikbaar stellen van brochures, advisering over wetgeving tot het ontwikkelen van nieuwe onderzoeksmethoden die het erfgoed letterlijk zichtbaar maken.

Ook de samenwerking tussen verschillende partijen krijgt volop aandacht. Maritieme archeologie is tenslotte niet alleen een zaak van wetenschappers en overheden. Er zijn ook commerciële archeologiebureaus actief en Nederland kent honderden sportduikers die ons verleden maar al te graag onderzoeken en blootleggen. ‘Bij een goede samenwerking vormen zij de ogen en oren van ons maritieme erfgoed. Samen moeten we er voor zorgen dat we onze kennis over ons erfgoed verbreden en dat we het erfgoed zo goed mogelijk in stand houden. Daarmee doen we niet alleen iets met ons verleden, we laten ook aan toekomstige generaties zien wat wij nu belangrijk vinden en wat voor hen relevant kan zijn.’

Identiteit

Volgens Manders begint steeds meer het besef te leven dat beheer van ons maritiem erfgoed er toe doet. ‘Water heeft ons veel gebracht. Dat zegt iets over wie we waren en dus ook over wie we zijn. Het lijkt wel alsof de cirkel nu weer een beetje rond begint te komen, ook door actuele ontwikkelingen. ‘Klimaatveranderingen dwingen ons na te denken wat we bijvoorbeeld met een stijgende zeespiegel aan moeten. En we realiseren ons meer hoe water ons ten dienste kan staan. We gebruiken water net als vroeger steeds vaker als transportmiddel en werken zo aan een beter milieu.’

Ook bij diverse rijkspartners krijgt maritiem erfgoed de plek die het verdient, vervolgt Manders, die als maritiem archeoloog ook verbonden is aan de Universiteit Leiden. ‘Vanuit gemeenten bijvoorbeeld komen er nu gerichte vragen over dit onderwerp. Dat komt ook doordat gemeenten door decentralisatie verantwoordelijk zijn voor het beheer van hun maritieme erfgoed. Een bestemmingsplan vindt steeds vaker pas doorgang als ook het maritieme verleden van een gebied in kaart is gebracht.’

Discussiepunten

Maritiem erfgoed heeft dus een plek gekregen in onze samenleving, maar dat betekent niet dat we nu achterover kunnen gaan leunen, zegt Manders. ‘Veel zaken moeten zich nog uitkristalliseren. Denk bijvoorbeeld aan de vraag welke rol vrijwilligers en amateurs moeten gaan spelen in een verantwoord beheer of welke overheid bij het beheer aan het roer moet staan: Rijk, provincie of gemeente. Ook de integratie van landarcheologie en maritieme archeologie blijkt een belangrijk punt van aandacht. Het is  goed dat over al die punten wordt gesproken, want maritiem erfgoed is nog een relatief jonge expertise. Maar er moeten ook antwoorden komen, zodat iedereen weet waar hij aan toe is en maritiem erfgoed definitief in de samenleving is verankerd. Maritiem erfgoed mag niet de inzet worden van conflicten. Het is een belangrijk deel van onze identiteit en daar moeten we zuinig op zijn.’

Reacties