U bent hier

Cursus onderwaterarcheologie

woensdag 9 december 2015 - 13:00

Elke jaar organiseert de LWAOW samen met de RCE de basiscursus onderwaterarcheologie. Sportduikers die interesse hebben in maritieme archeologie leren door het volgen van deze opleiding hoe je archeologisch onderzoek onderwater verricht. Deze opleiding is gelijkgesteld aan die van de Nautical Archaeological Society en dan ook internationaal erkend.

In het voorjaar vond het theorieweekend plaats bij de RCE in Lelystad, waaraan 12 man deelnamen. De meesten hiervan hebben in de zomer al een scheepswrak onderzocht. Er waren echter nog vijf deelnemers uit het noorden van het land die het praktijkgedeelte nog moesten uitvoeren. Net als de andere groepen dit jaar, werd als locatie gekozen voor Bunschoten-Spakenburg. Dit vissersdorp kent een rijke maritieme geschiedenis. Bij de aanleg van de afsluitdijk veranderde de Zuiderzee echter in het IJsselmeer, waardoor een groot deel van de vissersvloot moest verdwijnen. Veel van deze schepen konden niet langer worden behouden en werden in het Eemmeer en het Nijkerkernauw afgezonken. Recent onderzoek van Periplus Archeomare in opdracht van de gemeente wees uit dat er net buiten Bunschoten-Spakenburg meer dan 40 scheepswrakken (en enkele stukken van een vliegtuig) in het water liggen.

Veel van deze wrakken liggen in ondiep water en bij extreem laag water steken er zelfs een aantal uit het wateroppervlak. Dit maakt ze ideale objecten om te onderzoeken door de cursisten, omdat je op die geringe diepte lang onder water kunt blijven. Ook is het mogelijk om tijdens het duiken even naar het oppervlak te komen voor overleg.

De vijf deelnemers trotseerden de voorspelde regen en wind om in Bunschoten-Spakenburg een mogelijke botter te onderzoeken, die op ongeveer 1 meter diepte lag. Nadat een werkplan was opgesteld, werd er met een boot van de lokale scouting naar het wrak gevaren. Van het geplande filmen kwam echter weinig terecht, aangezien het zicht minder dan 20 cm was. Tevens werd er besloten dat vanwege de geringe diepte (sommige delen lagen op minder dan 40 cm diepte) duiken geen zin had. Daarop werd het plan aangepast en werden de contouren van het wrak en de ligging ervan in de bodem al snorkelend opgemeten. Losse scheepsonderdelen werden nadat ze waren ingemeten even boven het wateroppervlak getild om te bekijken, beschrijven en fotograferen.

De tweede dag was het zicht gelukkig een stuk beter, waardoor het wrak alsnog gefilmd en gefotografeerd kon worden. Na het duikwerk werden details van botters in de haven van Bunschoten bestudeerd, metingen in de computer verwerkt en een begin gemaakt met de rapportage. De komende tijd wordt deze verder uitgewerkt. Nadat deze is goedgekeurd krijgen de auteurs het NAS-1 certificaat uitgereikt. Hierna kunnen ze besluiten om de vervolgcursus te volgen.

Taal 
Nederlands

Reacties