U bent hier

Beleid, Wetgeving & Handhaving

Regels voor beheer maritiem erfgoed

Verantwoord beheer van ons maritieme erfgoed vraagt om specifieke regelgeving. De afgelopen jaren zijn daar flinke stappen in gezet.

Nieuwe bepalingen

Maritiem erfgoed beheer is een vrij nieuwe expertise. En nieuwe expertises vragen vaak om nieuwe regels. Tijdens de loop van het Maritiem Programma van het RCE zijn diverse regels en wetteksten in Nederland veranderd. Zo is de nieuwe Erfgoedwet op onderwaterniveau aangepast ten opzichte van de vroegere Monumentenwet. Mede door deze veranderingen staat onderwatererfgoed bij diverse overheidsinstanties steeds meer op het netvlies (Handreiking erfgoed en ruimte).

Internationaal

Daarnaast heeft Nederland besloten de UNESCO-conventie te ratificeren voor bescherming van cultureel erfgoed onderwater. Dit verdrag zorgt ervoor dat onderwatererfgoed beter wordt beschermd door intensievere samenwerking en kennisuitwisseling (IKUWA internationaal congres 2016).

In het Verdrag van Malta staan afspraken over de gevolgen van economische activiteiten - zoals de bouw van een windmolenpark - voor archeologische vindplaatsen. Uitgangspunt is dat vindplaatsen zoveel mogelijk in tact worden gehouden en dat ‘de verstoorder’ opdraait voor eventuele kosten.

In situ: op de plaats zelf

Uitgangspunt in het Nederlandse beleid is dat archeologische resten worden beschermd op de plek waar ze worden aangetroffen. Je mag niet zomaar iets naar boven halen. Dit heet ook wel in situ beleid (Beheer in situ en Artikel 'In situ preservation: the preferred option', door Martijn manders). Als in situ beleid niet mogelijk is of als om een andere - bijvoorbeeld wetenschappelijke - reden toch wordt besloten tot opgraving, dan gebeurt dat onder strenge voorwaarden en alleen met partijen die een vergunning hebben.

Wrijving

De aanscherping van de Nederlandse wetgeving heeft haar redenen. In het verleden zijn er excessen geweest bij wrakken die op grote schaal zijn geplunderd (nieuwsartikel). De overheid wil er daarom ook voor zorgen dat het erfgoed goed bewaard blijft en dat er geen informatie verloren gaat door bijvoorbeeld schade. De scherpere wetgeving levert soms wrijving op tussen overheid en duikers (artikel symposium). Sommige sportduikers zijn niet blij met de bepaling dat niets zomaar naar boven mag worden gehaald. Zij voelen zich beperkt in hun passie voor het duiken op wrakken. Aan de andere kant wil de overheid het erfgoed wel beschermen, onderzoeken en monitoren, maar dat kan ze niet allemaal zelf. Ze heeft de duikers dus ook nodig, als ogen en oren van ons maritieme erfgoed.

Experiment

Om binnen de nieuwe Erfgoedwet de rollen en mogelijkheden tot samenwerking tussen overheid en sportduikers zo helder mogelijk te krijgen is er onder meer in Texel een experiment opgezet (pilot Texel). Door gerichte duikacties voorzien de sportduikers nu de gemeente Texel direct van informatie over de staat van de al bekende scheepswrakken en dienen zij nieuwe vondsten direct te melden. De gemeente op haar beurt bekijkt wat er daarna moet gebeuren: meer onderzoek of bescherming in situ. Zo kunnen duikers, wetenschappers en overheid elkaar van dienst zijn en samen ons maritieme erfgoed beheren. De pilot loopt in principe eind 2016 af en wordt dan geëvalueerd.

Een tweede pilot die gestart is tussen sportduikers, amateurarcheologen en de RCE is die op de Noordzee (pilot Noordzee). Duikteam Zeester was initiator van deze omvangrijke operatie, waarbij zowel Stichting Nabestaanden Onderzeeboten 1940-1945, Stichting Duik de Noordzee Schoon als de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed nauw betrokken waren. Vanwege het groot cultureel historisch belang is door Rijkswaterstaat en de Kustwacht toestemming verleend en gefaciliteerd om te kunnen duiken in de scheepvaartroute. Een uitrol naar andere gebieden in Nederland staat ook in de planning. (Symposium 'Vrijwilligers in de onderwaterarcheologie' 2016)

Relevante links en meer informatie:

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Maritiem Programma

ALLE ARTIKELEN OVER DIT ONDERWERP>