U bent hier

Project: Oostvoornse meer & Burgzand Noord

In 2015 zijn onderzoekers van het Maritiem Programma twee keer op veldwerk geweest. In juni zijn twee scheepswrakken in het Oostvoornse meer onderzocht en in september één in de Waddenzee. Beide onderzoeken zijn uitgevoerd in samenwerking met de betreffende gemeenten, en waren gericht op behoud in situ. Ze boden ook de mogelijkheid om nieuwe methoden en technieken te testen. In dit geval werd er zowel in de Waddenzee als het Oostvoornse meer gewerkt met 3D digitale fotogrammetrie. Daarnaast hebben bij alle twee de projecten studenten mee gedoken in het kader van de jaarlijkse field school.

Veldwerk Oostvoornse meer

Het eerste veldwerk van 2015 voor het Maritiem Programma speelde zich af in het Oostvoornse meer. Gedurende 17 dagen is er gedoken op twee houten wrakken: de OVM 10 en de OVM 12. De doelstellingen voor beide wrakken was ten eerste een waardestellend onderzoek. In kaart brengen in hoeverre het diepst bekende wrak (de OVM 12) al aangetast was door de teruggekeerde paalworm. Daarbij zou ook worden gekeken hoe de informatie over deze wrakken beter ontsloten kon worden, zowel voor duikers als niet-duikers.

Vanwege de grote diepte van de OVM 12 werd er besloten om te duiken met SSE apparatuur, gecombineerd met oppervlakte decompressie. Op die manier kon elke duiker 30 minuten onder water blijven. Nadat het ponton met alle apparatuur was geplaatst, zijn er eerst een aantal testduiken gemaakt, zodat iedereen bekend was met de te volgen procedures. Bij oppervlakte decompressie is het namelijk van cruciaal belang dat de duikers binnen 3 minuten nadat ze aan het oppervlakte zijn gekomen weer in de decompressietank zitten, met een zuurstofmasker op.

Toen alle tests goed uitgevoerd waren kon er begonnen worden met het daadwerkelijke archeologische onderzoek. Naast het filmen voor de 3D reconstructie zijn belangrijke scheepsdetails ook gedetailleerd opgemeten en getekend. Tijdens het veldwerk zijn er ook opnames gemaakt voor het tv-programma De kennis van nu.

Na 5 dagen onderzoek op de OVM 12 werd het ponton verplaatst naar de nieuwe onderzoekslocatie: de OVM 10. Aangezien deze minder diep lag (tussen de 18 en 23 meter), kon er nu weer gedoken worden met de vertrouwde scuba uitrusting. Tevens konden er nu ook een aantal studenten meewerken aan het onderzoek: drie duikend en twee op het droge. Helaas lagen de delen van de OVM 10 een stuk meer verspreid, verspreid over twee locaties. Overal staken houten scheepsonderdelen uit de bodem, wat interpretatie een stuk lastiger maakte. Het was daardoor wel een goede oefening voor de studenten om scheepshout te herkennen.

Nadat alle onderdelen in kaart waren gebracht, zijn ook hier een aantal monsters voor dendrochronologisch onderzoek genomen. Vanwege de verspreide ligging van al het hout, waarschijnlijk veroorzaakt door de zandwinning in de jaren zestig, is interpretatie erg lastig: welke stukken horen nu bij hetzelfde wrak? De interpretatie hiervan is nog in volle gang, komend jaar gaat de rapportage verschijnen. De plannen voor de ontwikkeling van het gebied, waarbij de wrakken een prominente rol moeten krijgen, zijn nog in volle gang. De resultaten van dit onderzoek zullen daar ook een bijdrage aan leveren.

Veldwerk Burgzand Noord

Het onderzoeksteam bestond uit maritiem archeologen van de RCE, aangevuld met een aantal ervaren studenten. In augustus is in twee weken tijd het onderzoek uitgevoerd. Vanwege het slechte zicht de eerste dagen, tussen de 20 en 50 cm, werd besloten om diverse vrij liggende onderdelen van het wrak onderling te verbinden met gidslijnen. Hierdoor konden de duikers zich sneller oriënteren tijdens het onderzoek. Tijdens deze verkenningen werd er op ongeveer vijf meter van het wrak een scheepskist met inhoud aangetroffen. Aan deze kist zaten twee hefballonnen bevestigd. De poging om de kist te bergen was blijkbaar mislukt waardoor de bergers deze als verloren achterlieten. De kist was door de poging tot berging ernstig beschadigd.

In de dagen daarna is het meetsysteem opgezet, waarna begonnen kon worden met het in kaart brengen van alle wrakresten die uit de bodem staken. Naast het tekenen en handmatig inmeten werd er ook gebruik gemaakt van digitale fotogrammetrie. Aan het eind van de eerste week werden hiervoor enkele losse elementen schoongemaakt en gefilmd. Na verwerking van deze beelden bleek dat het onmogelijk zou zijn om van de complete site een model te kunnen maken. Ondanks het verbeterde zicht (meer dan een meter) dreven er nog teveel algen en zand in het water, waardoor het teveel tijd zou kosten om alles te kunnen filmen en verwerken. Hierop is besloten om in de tweede week te focussen op enkele losse elementen. Gekozen werd voor een aantal belangrijke scheepsonderdelen: de pompkokers, beide masten, een dekbalk met sponningen, het anker, verschillende kisten en een deel van het westelijk boord.

De laatste twee dagen had het team het geluk dat er voor de Waddenzee extreem goed zicht was: meer dan 3 meter. Hierdoor is het gelukt om van alle belangrijke onderdelen goede filmopnamen te kunnen maken.

Nadat de complete site in kaart was gebracht, zijn er ook houtmonsters genomen van verschillende delen van het wrak en haar lading. Deze worden gebruikt voor datering, soortbepaling en aantastingsonderzoek van onder andere de paalworm.

In de eerste week zijn ook nog twee Japanse maritiem archeologen op bezoek geweest. Zij kwamen naar Nederland om te zien hoe hier het beheer van cultureel erfgoed onderwater is geregeld en hoe wij onze werkzaamheden uitvoeren.

Voorlopige resultaten

Op de locatie van Burgzand Noord 17 liggen de restanten van een zeer goed bewaard middelgroot tot groot handelsschip, verspreid over een oppervlakte van 40 bij 20 meter. Het schip was redelijk zwaar bewapend: op de zeebodem werden vier kanonnen en drie rolpaarden gevonden. Er werden pompkokers en twee masten aangetroffen. Het middengedeelte ter hoogte van de grote mast is vermoedelijk opengeklapt. In het zuiden ter hoogte van de tweede mast werd een groot stokanker gevonden evenals resten van mogelijk ankertouw. Aan de bouw en constructiedetails kunnen we opmaken dat het schip waarschijnlijk tot het eerste dek bewaard is gebleven. De lading bestaat voor zover tot op heden kon worden vastgesteld uit stammen tropisch hout (Palmhout, buxus) en verscheidene scheepskisten die vermoedelijk gevuld zijn met wierook of mirre. Het bleek dat alle houtsoorten die uit de bodem stak waren aangetast door de paalworm. Zelfs delen van stammen tropisch hardhout (Buxus) die uit het zand staken waren aangevreten. De rapportage met de definitieve resultaten gaat volgend jaar verschijnen.

Meer informatie:

Meer artikelen:

Alle relevante artikelen>

Reacties