U bent hier

Hoge resolutie multibeamopnamen en Fysische metingen Oostvoornse meer

In opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft Periplus Archeomare B.V. in samenwerking met DEEP B.V. drie deelonderzoeken uitgevoerd in het Oostvoornse Meer:

  1. Vlakdekkende waterbodemopnamen met hoge resolutie multibeam;
  2. Detailopnamen met ultrahoge resolutie multibeam;
  3. Fysische metingen (saliniteit, temperatuur en opgelost zuurstof) in de waterkolom

Het doel van het geofysisch onderzoek (verkennend opwater) is tweeledig:

  • Aan de hand van de watercondities het verspreidingsgebied van de paalworm in het Oostvoornse Meer in kaart brengen.
  • In kaart brengen van het aantal wrakken en de hoeveelheid hout boven de waterbodem.

De fysische metingen aan de waterkolom, verzameld in één dag, geven een goed overzicht van de verdeling van temperatuur, saliniteit en opgelost zuurstof in het Oostvoornse Meer. De gemeten waarden van de saliniteit komen overeen met de waarden die gemeten zijn door het waterschap.

De temperatuur varieert van 8,5° in de diepste (> 35m) delen van het meer tot 17,7°C aan het oppervlak in het oostelijk deel van het meer. De temperatuur neemt af met de diepte, behalve bij het oppervlak; de hoogste waarden liggen rond de 5 meter diepte.

Het gehallte opgelost zuurstof varieert van 6mg/l in de diepste delen to 10mg/l aan het oppervlak.

De waarden voor de saliniteit: variëren van 10,7 tot 14,0 psu. Opvallend is dat de hoogste waarden gemeten worden aan het oppervlak, en de laagste waarden in de diepste delen. De hoogste waarden zijn gemeten aan het oppervlak in het centrale noorden, waar de inlaat van de zoutwaterpomp zich bevindt.

Samenvattend leiden de metingen van het Waterschap en de metingen van 5 juni 2014 tot dezelfde conclusie: het chloridegehalte in het gehele meer (zowel aan het oppervlak als op de bodem) benadert de vastgestelde streefwaarde van 8 ppt, wat neerkomt op een saliniteitswaarde van ruim 14 ppt.

Uit de fysische metingen blijkt, dat de omstandigheden in het meer overal gunstig zijn voor zowel volwassen exemplaren als larven om te overleven. Alleen in de diepere delen van het meer, waar de temperatuur onder de tien graden komt kunnen de volwassenen zich niet voortplanten, maar de larven zich wel handhaven.

Met multibeam zijn vlakdekkende metingen uitgevoerd resulterend in een 25x25cm grid. Dit levert een gedetailleerd beeld van de bodemmorfologie van het meer. Daarnaast zijn op de belangrijkste (wrak)locaties opnamen gemaakt met ultra hoge resolutie, waarbij zelfs op waterdiepten van meer dan 20 meter nog details tot tien centimeter in kaart zijn gebracht. Op één locatie (wrak OVM14) zijn naast de wrakdelen zelf ook de (illegale) activiteiten van sportduikers in kaart gebracht, namelijk een groot gat dat is aangelegd door middel van een airlift.

Vrijwel alle sonarcontacten gerapporteerd in 2009 zijn teruggevonden in de multibeamdata waarbij de oorspronkelijke interpretatie aangepast of aangevuld is en de positie van de locatie nauwkeurig is beschreven.

Bekijk Rapport>

Reacties