U bent hier

Het Grote Zuidland

Verder van elkaar verwijderd is bijna niet mogelijk. Australië ligt aan de andere kant van de wereld maar deelt met Nederland een lange geschiedenis. Sporen ervan liggen vooral onder water: schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) die 300 tot 400 jaar geleden op de West-Australische kust te pletter sloegen.

Het eerste geregistreerde fysieke contact was van het VOCschip Duyfken dat onder leiding van kapitein Willem Jansz in 1606 de noordkust van Australië aandeed. Het kwam aan land op een plek die nog altijd Cape Weerkeer heet. Want inderdaad, daar keerde het schip weer. Dat kwam vooral omdat een aantal bemanningsleden een handgemeen had met de lokale bevolking: de aboriginals. De VOC was altijd op zoek naar nieuwe markten en grondstoffen om te veroveren, te kopen en te verkopen. Bij Europeanen bestond al heel lang het idee dat op het zuidelijk halfrond een grote landmassa moest zijn, als tegenwicht voor al het land op het noordelijk halfrond. Ook waren er geruchten dat dit Zuidland rijk was. Het goud lag er voor het oprapen. Dit stuk land, waarvan we nu weten dat het inderdaad immens groot is, werd lange tijd niet gevonden, waardoor het mysterie van het onbekende Zuidland (Terra Incognita) kon blijven bestaan. Het eerste contact van Willem Jansz en zijn bemanning met dit geheimzinnige land was echter ronduit teleurstellend.

Desondanks bleef de drang het Zuidland te ontdekken en er rijk van te worden. In 1614 werd zelfs een heuse Australische Compagnie opgericht door Isaac Lemaire, als tegenwicht van de VOC. Een expeditie Schouten en Lemaire (1615-1616) resulteerde in een nieuwe weg naar Indië buiten het octrooi van de VOC om, langs het nieuw ontdekte Kaap Hoorn, maar miste wel het beloofde land.

Tekst: Martijn Manders en Benno van Tilburg

Lees artikel PDF>

Reacties