U bent hier

Duikrichtlijnen in Nederland

Duikwetgeving Nederland

In 1995 werd de wetgeving voor beroepsduikers opgenomen in de Arbeidsomstandigheden wet (ARBO) (werken onder Overdruk: hoofdstuk 6, Afdeling 5, artikel 6.13, lid.3 . Vanaf dat moment moest iedereen werkzaam onder een gezagsverhouding  aan de duik- en ARBO regels gaan voldoen, dus ook de maritiem archeologen. Om de uitvoerbaarheid en duikveiligheid te waarborgen, werd onder andere de BRL (beoordelingsrichtlijn) duik- en caissonapparatuur opgesteld. Dit is een richtlijn hoe het onderhoud aan duikapparatuur moet gebeuren. De BRL is op dit moment nog steeds van kracht, er is echter geen certificerende instelling om controle op de naleving te doen. Het volgende belangrijke product is de ARBO catalogus ‘werken onderwater’. De hele duikbranche heeft daarmee inzicht in de geldende regels als het gaat om een veilige werkplek. De catalogus is op te vragen voor opdrachtgevers en uitvoerders en is dus een goede stap om iedereen die met duikers te maken heeft, hetzelfde om te laten gaan met veiligheid.

Duikopleidingen in Nederland en buitenland

Het NDC (Nationaal Duikcentrum) werd op verzoek van de overheid opgericht in 1984 en heeft tot doel de bevordering van het Nederlandse Beroepsduiken. Een van de verantwoordelijkheden van NDC is het organiseren en certificeren van beroepsduikers, duikploegleiders, duikmedische begeleiders en duikerartsen.

In Nederland is het alleen mogelijk om bij de Marine een bevoegde duikopleidingen te  volgen (vroeger gebeurde dit bij de Landmacht in Hedel). Dit komt echter sporadisch voor als er plekken opgevuld moeten worden. Velen wijken daarom uit naar Zuid-Afrika, Schotland, Engeland of Noorwegen om hun brevet te halen.

Het NDC moet al deze buitenlandse brevetten beoordelen en inschalen. Dit levert in de praktijk soms problemen op. Bijvoorbeeld vanwege het verschillende aantal duikminuten die in de opleidingen gemaakt moeten worden op 30 en 50 meter. Inmiddels is in de Europese wetgeving het duiken aangemerkt als gevaarlijk beroep. Dit heeft tot gevolg dat de duiker periodiek moet aantonen dat hij of zij voldoende ervaring heeft opgedaan om veilig te kunnen (blijven) werken. In Nederland betekent dit dat een twee jaarlijkse controle van het persoonlijk logboek van de duiker plaatsvindt. Het 4de jaar moet de duiker bovendien  een praktijktest doen.

Situatie heden

In een aantal gevallen wordt volgens de certificerende instelling (in Nederland NDC) niet voldaan aan de minimale eis, bijvoorbeeld als het gaat om werken middels Surface Supply Equipment of SSE (het duiken met een luchtslang naar de oppervlakte). Het risico is dat duikers kunnen worden terug gezet in hun brevet, waardoor ze bijvoorbeeld minder diep mogen duiken en de toestemming om met SSE te duiken kwijt raken. Dit probleem lijkt zich vooral voor te doen bij wetenschappelijke duikers (zoals archeologen en biologen). De redenen zijn o.a. dat maritiem archeologen veel van hun werkzaamheden  SCUBA (het duiken met een duikfles) uitvoeren, het archeologisch veldwerk vaak maar een klein onderdeel van het werk betreft en dat dit veelal seizoensgebonden is. Op dit moment zijn alle duikende archeologen van het Maritiem Programma Duikarbeid B4 gecertificeerd. 

Er zijn momenteel gesprekken gaande hoe ook wetenschappelijke duikers hun werkzaamheden kunnen blijven uitvoeren zonder aan alle zware eisen met betrekking tot het werken op grote diepte met zwaar materieel te hoeven voldoen. We houden jullie hiervan op de hoogte.

Auteur: Leon Vroom

Lees meer:

Reacties