U bent hier

De MD10 Johanna Hendrika, de laatste beugsloep

De MD 10 Johanna Hendrika in volle glorie

Beugsloepen waren de best zeilende zeegaande vissersschepen ooit en tevens de laatste motorloze vissersschepen van de Nederlandse vissersvloot. De stalen, schoener getuigde beugsloep MD 10 Johanna Hendrika was de trots van het Zuid-Hollandse vissersdorp Middelharnis. In 1896 gebouwd bij de werf Rijkée en Co te Rotterdam in opdracht van de rederij Wed. C. Kolff en Zoon uit Middelharnis, één van de twee grote reders van Middelharnis. Na haar beugvistijd vanuit Middelharnis heeft het schip tot nu toe zeven verschillende levens gekend:

Beugvisserij vanuit Middelharnis

De Johanna Hendrika heeft tot januari 1916, negentien jaar dus, vanuit Middelharnis gevaren. Middelharnis was in die tijd een belangrijke vissershaven en had in de negentiende eeuw een grote vloot houten beugsloepen, gemiddeld rond de twintig schepen. Deze waren rond 1900 grotendeels door stalen exemplaren vervangen. Bekende rederijen in Middelharnis waren genoemde rederij Kolff en rederij Slis.

In 1902 heeft de Johanna Hendrika, samen met een andere beugsloep uit Middelharnis, nog een proefreis van drie maanden naar IJsland gemaakt om daar de zoutevisvaart te probe¬ren. De vangst van beide schepen bestond uit 192 tonnen gezouten kabeljauw, 40 tonnen schelvis, 12 tonnen heilbot en 9 tonnen leng. De totale opbrengst van 5.300 gulden leverde echter verlies op en de proef vond dan ook geen vervolg.
De beugvisserij onder zeil werd langzamerhand minder en zeker na 1910 was het een aflopende zaak. De gehele visserij vanuit Middelharnis liep sterk terug. Een aantal vissers was richting Vlaardingen, Scheveningen en IJmuiden gegaan. Daarnaast kozen veel vissers ervoor om het harde leven in de beugvisserij vaarwel te zeggen en in de haven van Rotterdam aan het werk te gaan.

Drijfnetvisserij vanuit Scheveningen

In januari 1916 besluit Rederij C. Kolff het schip te verkopen. De bekende Scheveningse reder/scheepsbouwer Albert de Jong wordt de nieuwe eigenaar en Scheveningen wordt de thuishaven. De MD10 wordt vernummerd naar SCH 320 en het krijgt ook een andere naam: Pieter Johannes. Het schip wordt in Vlaardingen verbouwd tot haringlogger voor de drijfnetvis¬serij op haring. De bun wordt uit het schip ver¬wijderd en de hierdoor ontstane ruimte wordt ingericht als tonnenruim. De bezaansmast wordt vier meter naar achteren geplaatst en sterk ingekort, zoals bij een loggertuig gebruikelijk was, en de fokkemast wordt ingekort en strijkbaar gemaakt. Voor het inhalen van de netten wordt een stoomdonkey op het dek geïnstalleerd. De ‘Pieter Johannes’ vaart tot ca. 1930 vanuit Scheveningen.
In 2007 weet Cor Korving uit Scheveningen zich de faam van de MD10 nog levendig te herinneren: als 10-jarige jongen voer hij met zijn vader mee en hij herinnert zich nog dat het schip een snelle zeiler was. Het was het eerste schip dat werd uitgerust met carbidlampen. De diepgang van drie meter maakte het schip minder toegankelijk voor de Scheveningse haven. Ze was toen nog steeds voorzien van een helmstok.

Trawlvisserij vanuit Oostende

In 1930 wordt het schip in Nederland uitgeschreven uit het visserijregister. Het wordt verkocht naar de Belgische vissersplaats Oostende. Zeker is dat ze gebruikt wordt voor de visserij, niet de haringvisserij met drijfnetten, maar de trawlvisserij, waarbij het net wordt voortgesleept. Ook worden er reizen naar IJsland gemaakt. De Belgische periode duurt maar kort, tot vermoedelijk 1931, na 1927 is er vrijwel niets over het schip in de archieven te vinden.

Visserij en vrachtvaart in Noorwegen

In 1931 gaat de voormalige beugsloep over in de handen van  Johan O. Sund om als visserschip vanuit Stangeland, (Kamsoy) Noorwegen te gaan varen onder de naam ‘Stenbryggen’ en krijgt als visserijnummer R-24-SL. Het schip wordt verbouwd voor de zegenvisserij op haring.  Het wordt daarnaast ook gebruikt als vrachtvaarder en kustwachtvaartuig.
In 1934 wordt Frederik A. Olsen, ook uit Stangeland de nieuwe eigenaar. Het schip verdwijnt uit de visserij, er wordt een 97 pk hulpmotor ingebouwd en het schip wordt daarna puur voor de vrachtvaart gebruikt. Op 12 januari 1934 wordt ze  geregistreerd bij de Det Norske Veritas (DNV) met nummer 03382. Ze blijft lang in Noorwegen.
In 1963 worden de Gebroeders Lars en Sverre Gjerda de nieuwe eigenaars. Zij wonen op het eilandje Hareid nabij Alesund. Het vrachtscheepje wordt herdoopt tot Leonard III. Ze laten in dat jaar een 225 pk sterke drie cilinder dieselmotor inbouwen van het merk Finnoy. De Leonard III wordt ingezet op de Noorse kustvaart, maar nu wel weer met vis; ze vervoert vooral gezouten vis en verse vis op ijs van Alesund naar Bohusland aan de Zweedse westkust.

Charterschip in Nederland

In de jaren zeventig ontdekt Frits Loomeijer, toen verbonden aan het Gronings Scheep-vaartmuseum, de vroegere Johanna Hendrika in Noorwegen. Door zijn bemiddeling wordt het schip weer naar Nederland gehaald en wordt het in Noorwe¬gen in 1978 uitgeschreven. In 1979 worden Jan Huetink en zijn partner Aletta van Ginkel uit Staveren de nieuwe eigenaren.
Jan was van oorsprong een medisch instrumentenmaker, maar vanuit passie voor varend erfgoed heeft hij zich ontwikkeld tot een vaardig scheepsrestaurateur. In 1979 kwam ze voor de wal te Weesp. Vanaf oude tekeningen en foto’s en met vakmanschap en volharding transformeerde Huetink de ‘Leonard III’ naar de ‘Johanna Hendrika’ MD10. De opbouw met brug maakte plaats voor een veel kleinere roef op het achterschip. Ze kreeg weer haar fiere schoenertuigage en de hele romp werd gegritstraald en geschilderd. Net voor de ijsgang op het IJsselmeer dat jaar, werd het schip overgevaren naar Harlingen, waar het ruim werd aangepast aan de nieuwe bestemming: charterzeiltochten met passagiers.

Op maandag 20 oktober 1980 liep de ‘Johanna Hendrika’ MD10 voor het eerst in 64 jaar de haven van Middelharnis binnen, waar een ontvangstcomité met onder andere oud-vissers de oude dame welkom heette. Menheersenaar Leen Auperlee wist niet hoe rap hij aan boord moest komen toen hij daar op het Havenhoofd de kans voor kreeg. Hij wist nog precies de weg en dook in het vooronder om daar zijn oliegoed aan te trekken. Aldus uitgedost verscheen hij weer aan het dek om de MD10 door het havenkanaal te loodsen en aan te wijzen hoe voor hotel Jacobi gekeerd moest worden.
Op het Vingerling was het weer druk als vanouds, want de sloep werd door vele honderden belangstellenden opgewacht. Aai Boogerman heette haar daar na het afmeren welkom. Vanuit de aanwezige vissers kwam de wetenschap dat in 1908 was Adriaan de Koning schipper was, stuurman Piet Krijger en de opvarenden: Geert Wielaard, Jan Krijger, Simon de Braber, Kees Dubbeld, Marien Taale, Arjaan Taale, Maart van Delft, Aai Boogerman, Kees van den Hoek, Dirk Koster en S. van Groningen. De verse schipper Huetink kreeg een fraaie foto van de MD10 toen ze onder vol zeil in de haven lag en uit een oude fles met een heel oud etiket van wijnhuis en rederij Kolff werd een traditioneel brandewijntje gedronken. Samen met hun zoon Tijs hebben Jan en ze er zeven jaar mee gecharterd vanuit Harlin¬gen en Enkhuizen. In 1986 wordt het schip weer verkocht. Jan Huetink is in 2014 overleden. Zijn  zoon Tijs is in 2016 op de Menheerse Werf geweest om voor het eerst sinds zijn 16e de MD10 weer te zien.

Charterschip op de Adriatische zee en smokkelschip in Frankrijk

Onder de nieuwe eigenaar heeft de Johanna Hen¬drika op haar buitenlandse charterreizen vele avonturen met betalende passagiers beleefd. Van deze periode zijn weinig details  bekend. Het schip komt echter in 1987 weer zeer duidelijk in beeld: in dat jaar wordt ze in het Kanaal aangehouden door de Franse douane, die haar enteren op de thuisreis via Marokko na een charterseizoen in de Adriatische Zee. Aan boord treffen ze enkele tonnen hasj en hasjolie aan. Wegens de aangetroffen drugs wordt het schip door de Franse Staat verbeurd verklaard en opgelegd in Boulogne sur Mer. Over het opbrengen van de Johanna Hendrika door de Franse marine en de daarop volgende langdurige detentieperiode van de beman¬ning schreef watersportjournalist Michiel Scholtes het autobiografisch boek ‘Parfum van de Vrijheid’.
In 1992 werd het eigendom van het schip overgedragen aan de gemeenten Boulogne sur Mer en Calais. Die gemeente stelde daarop het schip in bruikleen aan een hulpverleningsstichting voor aan drugs verslaafde jongeren. De Johanna Hendrika werd omgebouwd met twee stalen namaakmasten en permanent aan de kade afgemeerd. Er waren grootse plannen voor de restauratie en er was besef van de cultuurhistorische waarde van het schip. De gemeente Bourlogne-sur-Mer en Calais weet dat zij een stukje varend cultureel erfgoed aan de ketting heeft liggen. Er kwam een vereniging tot behoud en restauratie van 'la goélette Johanna Hendrika' en in 1999 nam zij deel aan de Week van de Zee in Boulogne. 'Uniek! De enige overgebleven haringvisser, harenguier, van de vorige eeuw', juichte de vereniging tijdens het feest. En toen verscheen daar de delegatie uit Middelharnis op de kade.

Restauratieproject MD.10 Johanna Hendrika

Woordvoerster van de delegatie is de Franse secretaresse van de stichting Behoud Beugsloep Johanna Hendrika MD10, Catherine van Vliet-Saivres, die samen met haar man in Middelharnis zeilmakerij Van Vliet drijft. De stichting was het jaar daarvoor opgericht door de broers Ludovic en Laurent den Hollander en botenbouwer Jim Lensveld uit Middelharnis, nadat zij de MD10 hadden ontdekt op een zeiltocht naar Boulogne.
Het kost heel wat moeite, maar uiteindelijk verkoopt Boulogne en Calais het schip voor één euro aan de gemeente Middelharnis. En deze deed de MD 10, ook voor één euro, over aan de behoudstichting. Het schip wordt door een Stellendamse viskotter naar Goeree Overflakkee gesleept en komt aan bij de werf Maaskant in Stellendam. Daar gaat ze het dok in om schoon gespoten en gemeten te worden. De meting laat een aantal zwakke plekken en putcorrosie zien. Maaskant repareert de zwakke plekken en zet de romp in een beschermende coating. Ook worden de gele stalen masten verwijderd.
Na deze opknapbeurt gaat de ‘Johanna Hendrika’ weer te water, om met gejuich ontvangen te worden in Middelharnis, 26 jaar na de laatste keer dat ze de havenhoofden passeerde. Ook nu wordt ze verwelkomd door een enthousiaste menigte. Radio en TV doen verslag en de kranten schrijven vol lof over dit huzarenstukje.
Drijvende kracht Ludovic den Hollander destijds: 'Sinds de ‘Johanna Hendrika terug is, komen de verhalen los en verschijnen mensen uit zichzelf met foto's, schriftjes en gedichtjes. Die zijn opa heeft er nog op gevaren, die zijn oma kan het volgende vertellen. Heel leuk. We willen de restauratie ook echt tot een project van en voor de gemeenschap maken. We hebben de steun van de gemeenten op Goeree en ook van de provincie. We willen de technische school in Middelharnis inschakelen om van de restauratie een leerproject te maken.' Het enthousiaste verhaal trekt een aantal sponsoren, waaronder Maaskant, de Rabobank Goeree-Overflakkee en De Vogel Adviesgroep. 

Casco in Buitenhaven Middelharnis

Na haar derde entree in Middelharnis wordt er nog een half jaar gewerkt aan de ‘Johanna Hendrika’. Het schip wordt afgemeerd aan de loswal en de stichting verwerft een oude rijdende kraan voor het zware werk. Om de restauratie tot haar originele staat te kunnen starten, moeten alle niet-authentieke delen verwijderd worden.
Zo verdwijnt de kajuit in z’n geheel en worden allerlei lieren en dekdelen verwijderd. Wat overblijft is een kale romp, waardoor haar prachtige lijn goed zichtbaar wordt. Na het verwijderen van de opbouw van het laadruim wordt de ruimte van de bun weer zichtbaar. Nadeel is wel dat de romp helemaal open is en inregent. Om dat te voorkomen wordt over de hele lengte een buizenframe aangebracht, met daar overheen een tent van krimpfolie. In een 20-voets container worden alle losse onderdelen opgeslagen, samen met alle dossiers en documenten die nog aan boord waren. De kraan wordt naast de container geparkeerd. En dat is zo’n beetje het laatste wat de stichting nog kan doen. Het geld is op en de crisis zet de geldkraan van sponsoren en subsidiënten dicht. Het schip leidt in de Buitenhaven van Middelharnis een anoniem bestaan en kwijnt langzaam weg. Afgemeerd tegen meerpalen wordt ze alleen nog door kenners herkend. Weinigen geloven nog in een succesvolle restauratie eind 2008. De romp is behouden en binnen de wereld van het varend erfgoed wordt het lot van het schip nauwlettend gevolgd. Na enkele jaren zonder ontwikkeling klopt de stichting Het Rotterdams Zeilschip aan bij de stichting. Men kent de grote cultuurhistorische waarde en er is zorg over het lot van de ‘Johanna Hendrika’. Het bestuur biedt aan om het schip onder hoede van de Rotterdamse stichting te nemen. De vloot van de Rotterdammers bestaat dan uit de driemaster ‘Oosterschelde’ en de stevenaak ‘Helena’. Zover is het niet gekomen. Na inzet en hulp op met name het vlak van de registratie van het schip, vond de stichting Behoud Beugsloep Johanna Hendrika MD10 een andere manier om haar einddoel te bereiken.

Hoofdrolspeelster in de Menheerse Werf

In 2014 wordt de stichting benaderd door het bestuur van de Stichting Behoud Scheepstimmerwerf Middelharnis, met het verzoek of de stichting mee zou willen werken aan het samenbrengen van de MD10 en de historische scheepstimmerwerf van Middelharnis. Alle enthousiasme, passie en inzet ten spijt bleek een spoedige restauratie van het schip dus geen haalbare kaart en na de grondige opruim- en slooppartij bleef er een prachtig, maar leeg en mastloos casco over in de Buitenhaven. In 2014, zeven jaar later, herkennen nog maar weinigen een trots zeegaand zeilschip in de vol geregende en met duivenkak overdekte blauwe romp. Toen de gemeente ook nog eens liet doorschemeren dat het schip in deze staat niet meer gewenst was in de Buitenhaven, was de maat vol. Honderd ton ijzer in de vorm van een 28m lange bak berg je niet zomaar ergens anders op.

De plannen van de werfstichting gingen verder dan het restaureren van de werf uit 1750 en het weer beleefbaar maken van de visserijhistorie van Middelharnis: met de werf en de laatste Menheerse Werf in een cultuurhistorisch ensemble zouden de stichtingen samen weer kunnen werken aan fondsenwerving en het restauratieplan. Hoe beter het verhaal van een voormalige vissersplaats en een historische werf te vertellen? In hout zijn er tientallen beugsloepen gebouwd op de Menheerse scheepstimmerwerf en de MD10 heeft er diverse malen op de helling gestaan in het verleden. Zoek in het stadsarchief van Middelharnis naar beelden van het Havenkanaal en de visserij en er komen vele schilderijen en foto’s tevoorschijn waarop de scheepshelling van de stadstimmerwerf staat afgebeeld. Met daarop vrijwel zeker één of meerdere beugsloepen. Nu heeft Middelharnis dus de enige, nog grotendeels originele stadstimmerwerf van Zuid-Holland én het enig overgebleven exemplaar van een toonaangevend (en voor Zuid-Holland kenmerkend) vissersschip: een unieke combinatie.
De MD10 is één van de belangrijkste projecten van de Menheerse Werf. Ze staat op haar eigen helling, duidelijk zichtbaar en trekt dagelijks kijkers en geïnteresseerden. De kosten voor de restauratie zijn dan nog wel niet geheel gedekt, de middelen van de aanleg van de helling, de conservering van de romp, het hijswerk en transport, een 3D scan en een ultrasone huiddiktemeting zijn door diverse partijen bij elkaar gebracht. De Stichting Behoud Scheepstimmerwerf Middelharnis hebben afgesproken dat de MD10 zo lang als nodig op de oude scheepshelling gestald kan worden. De romp is opgenomen in het register varend erfgoed als ‘Varend Monument Klasse B met restauratieplan’ en met een technisch team van deskundigen en ontwerpers van naam en faam is een doortimmerd restauratieplan opgesteld. De stichtingen werken sinds 2017 nauw samen in het werven van middelen voor de restauratie.

Toekomstdroom

Vast overtuigd van het feit dat de financiering van de restauratie gaat lukken, dromen de aanbidders van ‘Johanna Hendrika’ over een toekomst waarin het schip volledig gerestaureerd naar originele staat, maar onderhuids voorzien van slimme en duurzame hybride aandrijving, weer in haar element ligt. Ze zal dan als ambassadrice voor duurzame visserij en het tegenwoordig duurzaam en zelfvoorzienend Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee, de havens aan de Noordzeekusten aandoen.


Het verhaal van: Laurent den Hollander, voorzitter Stichting Behoud Beugsloep MD10 ‘Johanna Hendrika’

Reacties